FINANCIERING algemeen

Inleiding

Regionale publieke omroep is volgens titel 2.3 van de mediawet 2008 formeel een Publieke Media-instellingen met een publieke media-opdracht die beschreven is in artikel 2.1. Per provincie dient er tenminste één publieke media-instelling aanwezig te zijn. In Nederland zijn er dertien regionale publieke omroepen verdeeld over de twaalf provincies; in de provincie Zuid-Holland zijn twee regionale omroepen actief. Regionale omroep.

Iedere regionale omroep heeft een orgaan dat het beleid ten aanzien van het media-aanbod bepaald. Dit orgaan is representatief voor de belangrijkste in de desbetreffende provincie voorkomende maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen.

Voor wat betreft de financiering is artikel 2.165 van de Mediawet van belang. Daarin is opgenomen dat provincies zorgdragen voor de financiering van de omroepen voor het niveau uit het jaar 2004.

Artikel 2.170
1) Gedeputeerde Staten zorgen voor de bekostiging van het functioneren van tenminste één regionale publieke media-instelling in de provincie door de vergoeding van de kosten die rechtstreeks verband houden met het verzorgen van de regionale publieke omroepdienst, voor zover die kosten niet op andere wijze zijn gedekt, op zodanige wijze dat

  • een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk is en continuïteit van de bekostiging is gewaarborgd; en
  • in ieder geval per provincie het in 2004 bestaande niveau van de activiteiten met betrekking tot de verzorging van media-aanbod door de regionale publieke media-instelling(en) ten minste gehandhaafd blijft; en

2) Aan de bekostiging worden geen voorschriften verbonden die in strijd zijn met het bepaalde bij of krachtens deze wet.

3) Onze Minister zendt telkens na drie jaar aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het bepaalde in dit artikel in de praktijk.

Bij de artikelen hoort een uitgebreide toelichting. Nog onder de Mediawet 1988 ging aan het opnemen van bovenstaande artikel (toen artikel 107) een hele geschiedenis vooraf. Na jarenlange discussie tussen het Ministerie van OCW, provincies en regionale omroepen stuurde begin 2003 toenmalig Staatssecretaris van OCW, Cees van Leeuwen, een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer dat er voorzien moest dat de provincies de financiering voor de regionale omroepen op zich zouden nemen. In het debat van 28 november 2003 werd het wetsvoorstel door de nieuwe Staatssecretaris Medy van der Laan op verzoek van de Tweede Kamer aangehouden omdat de Kamer onvoldoende vertrouwen in de provincies had dat zij de zorgplicht die het wetsvoorstel was opgenomen op zich zouden nemen. Ook regionale omroepen hadden zorgen geuit. Zij vonden dat de zorgplicht, met name ten aanzien van de doorgifte van de middelen, toch te veel ruimte liet.

Overleg tussen IPO, het Ministerie van OCW en ROOS resulteerde eind 2004 tot een gewijzigd wetsvoorstel dat uiteindelijk op 3 maart 2005 in de Tweede Kamer en op 5 april 2005 door de Eerste Kamer werd aangenomen. Daarmee kwam een einde aan vele jaren van gesoebat over wie eindverantwoordelijk is voor de basisfinanciering van de regionale omroepen.

Hieronder vindt u twee gezamenlijke brieven van ROOS en IPO aan toenmalig Staatssecretaris Van der Laan van OCW, de brief van Van der Laan aan de Tweede Kamer met het gewijzigde wetsvoorstel.

 Brief ROOS en IPO aan OCW juni 2004
 Brief ROOS IPO aan OCW oktober 2004

 Brief Van der Laan van 15 november 2004
 Nota van -wets-Wijziging en toelichting

 

Samengevat komt het huidige artikel 2.170 van de Mediawet erop neer dat provincies een medebewindstaak hebben verkregen ten aanzien van de regionale publieke omroepen. Zij dienen tenminste één regionale publieke omroep per provincie van een dusdanige financiering te voorzien die waarborgt dat de omroep het kwalitatieve en kwantitatieve niveau van het jaar 2004 kan handhaven. Daarvoor moet de financiele inzet uit het jaar 2004 worden gecontinueerd en moet deze inzet jaarlijks met een reele index worden verhoogd. De reele index wordt gehanteerd om de stijgende autonome kosten van de regionale omroepen te compenseren zodat ook daadwerkelijk het niveau van activiteiten van het jaar 2004 uitgevoerd kan blijven worden. Zie hiervoor ook de uitgebreide toelichting.

 

Toezichthoudend kader

Per 1 januari 2006 zijn de nieuwe wetsartikelen van kracht geworden. Het Commissariaat voor de Media, ROOS en IPO hebben de nieuwe situatie aangegrepen om duidelijke afspraken te maken waarlangs de relatie  en het toezicht vorm gegeven zal worden.

Op 31 mei 2005 organiseerde het Commissariaat voor de Media een bijeenkomst  voor provincies en omroepen. In toespraken van de commissarissen Jan van Cuilenburg, Inge Brakman en Tineke Bahlmann werd ingegaan op het nieuwe toezicht en de onafhankelijkheid van de regionale omroepen ten opzichte van de provincies.

 Toespraak Financiering via provincie vraagt vernieuwd toezicht, Jan van Cuilenburg
 Inleiding over de onafhankelijkheid van de omroep ten opzichte van de provincie, Inge Brakman

In een zogenoemde Uitgangspuntennotitie hebben de provinciebesturen (IPO), de regionale omroepen (ROOS) en het Commissariaat voor de Media hun gezamenlijke beleid aangaande de zorgplicht vastgelegd. Deze uitgangspuntennotitie is door alle provincies, alle omroepen en het Commissariaat voor de Media omarmd. Een van de belangrijke punten in de notitie is de redactionele onafhankelijkheid van de regionale omroep, die, zoals ook verankerd in de Mediawet, onverminderd van kracht blijft.

Doordat de financiele middelen van de regionale omroep per 1 januari 2006 geheel via provincies aan de omroepen toekomen hebben provinciebesturen en Commissariaat voor de Media beide een taak op het gebied van de financiële controle. Om overlap, in de zin van dubbele controles, voor de regionale omroep te voorkomen, hebben het Commissariaat, IPO en ROOS een financieel handboek voor de regionale omroep ontwikkeld. In het handboek zijn de verschillende verantwoordelijkheden en de vereisten met betrekking tot controle en verantwoording vastgelegd.

Net als de wetswijziging na drie jaar door het Commissariaat voor de Media is geëvalueerd zijn ook de twee documenten geëvalueerd door het Commissariaat, IPO en ROOS. De aangepaste versies heten nu Uitgangspuntennotitie artikel 2.170 MW en het Handboek Financiele Verantwoording Regionale Publieke Media-instelling 2009. Het Handboek Financiele Verantwoording treedt met terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2009 in werking en de Uitgangspuntennotitie is vanaf juli 2009 van kracht.

 Uitgangspuntennotitie art 2.170 MW juli 2009
 Handboek Financiele Verantwoording RO juli 2009

 

 

Evaluatie wetswijziging 2006-2008

In de wet is opgenomen dat iedere drie jaar de gewijzigde financieringsstructuur wordt geëvalueerd. Op 22 december 2008 stuurde Minister Plasterk de evaluatie over eerste drie jaar (2006-2008) van de gewijzigde financieringsstructuur naar de Tweede Kamer. De evaluatie is door het Commissariaat voor de Media uitgevoerd. De evaluatie en de rapporten 'Kracht in de Regio' van ROOS/IPO en 'Stemmen uit de Regio' van het CDA zijn voor de minister aanleiding om de Tweede Kamer begin 2009 te informeren over het beleid over de regionale omroep.

Evaluatie
Het Commissariaat concludeert dat de financiële verantwoordelijkheid voor de regionale omroep geheel bij provincies is komen te liggen en dat provincies daarmee voldaan hebben aan hun minimale zorgplicht. De financiering is eenvoudiger en transparanter geworden maar het Commissariaat noteert dat er nog wel discussie is over de vraag waar de zorg en eindverantwoordelijkheid voor de regionale omroep ligt.

Ook wordt in de evaluatie vastgesteld dat de centrale functie van de regionale omroep het bieden van nieuws en achtergrondinformatie is over een reeks van onderwerpen en dat opinie- en achtergrondjournalistiek daarbij zeer belangrijk is. Daarbij ziet het Commissariaat dat er in de afgelopen jaren budgettaire en personele verschuivingen hebben plaatsgevonden ten koste van de radio- en televisieactiviteiten voor de ontwikkeling van internet en crossmediale activiteiten.

In de evaluatie wordt geconstateerd dat aan de voorwaarden waaraan kwalitatief hoogwaardige programmering moet worden afgemeten niet zijn ingevuld. Het Commissariaat beveelt aan een discussie te starten over de toepassing van het begrip kwalitatief hoogwaardig.

Het Commissariaat meent dat provincies zich ten aanzien van de regionale omroep terughoudend moeten blijven opstellen en niet op zoek moeten gaan naar afspraken en voorwaarden. Een enkele provincie zou zich te veel inlaten met de programmering van de regionale omroep maar over het algemeen heeft de regionale omroep in alle onafhankelijkheid kunnen functioneren.

Tot slot merkt het Commissariaat op dat de regionale omroep gebaat zou zijn bij een duidelijkere taakverdeling tussen landelijke, regionale en lokale omroep waarbij het Commissariaat uitgaat van een aanvullende rol van de regionale omroep ten opzichte van de landelijke. De minister wordt in dit kader geadviseerd het beleid ten aanzien van de gehele publieke omroep met name op het onderdeel taakverdeling tussen de landelijke, regionale en lokale omroep nader uit te werken.

 Evaluatie nieuwe financieringsstructuur 2006-2008


 

terug          naar actueel pagina