Toekomst regionale omroep

De toekomst van de regionale publieke omroep

Er zijn veel argumenten om de dominantie van de landelijke omroepen in het publieke domein ter discussie te stellen. Publieke omroeptaken kunnen soms beter en effectiever worden uitgevoerd door regionale omroepen. Dat staat in een studie over de toekomst van de dertien publieke regionale omroepen in Nederland. Het onderzoeksrapport is donderdag 6 april overhandigd door Eric Wehrmeijer (vice-voorzitter ROOS-bestuur) aan staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap Medy van der Laan en aan de Overijsselse gedeputeerde Jan Kristen, portefeuillehouder Cultuur en Media van het Interprovinciaal Overleg (IPO).

Het is de eerste keer dat zo grondig onderzoek is gedaan naar nut en noodzaak van de publieke regionale omroep. De studie is uitgevoerd door prof. dr. Paul Rutten, hoogleraar Digitale Mediastudies aan de Universiteit Leiden. Hij heeft de studie verricht als onafhankelijk adviseur. Opdrachtgever voor het onderzoek is de Stichting ROOS, het overleg en samenwerkingsverband van de publieke regionale omroepen. De studie is gefinancierd door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De Stichting ROOS en de regionale omroepen zullen het rapport gebruiken voor de ontwikkeling van hun visie voor de (middel)lange termijn.

‘Momenteel lijkt het landelijk niveau onomstreden, in weerwil van de regelrechte crisis die de landelijke publieke omroep in de greep houdt. Onomstotelijk staat vast dat de disbalans waarvan nu sprake is, niet langer strookt met de mogelijkheden om publieke taken te beleggen bij de regionale publieke omroep,’ schrijft Rutten in zijn rapport.

Volgens de onderzoeker kunnen regionale omroepen – gelet op hun schaal – directer aansluiten bij datgene wat onder de bevolking leeft. Door het schaalvoordeel kunnen regionale omroepen sneller veranderingen in de samenleving op het spoor komen en maatschappelijke discussies losmaken. De regionale omroep sluit ook naadloos aan bij de trend dat in cultureel, economisch en ruimtelijk beleid steeds vaker de regio – en niet de nationale staat – als relevante schaal wordt gekozen.

Ondanks deze goede uitgangspositie signaleert Rutten dat de publieke regionale televisie kwetsbaar is. Regionale televisie heeft in een paar jaar tijd een groot publiek opgebouwd (een dagelijks bereik van 1 op de 4 Nederlanders) maar de middelen ontbreken om verder te ontwikkelen. Een ander probleem is dat jongere doelgroepen onvoldoende worden bereikt, terwijl dat een wettelijke taak is van de regionale publieke omroep. De regionale omroepen kunnen in tegenstelling tot de landelijke omroepen niet meerdere kanalen inzetten om verschillende doelgroepen te bereiken. Rutten: ‘Wanneer de regionale publieke omroepen die mogelijkheden niet krijgen, is het niet realistisch hen ook te houden aan de verplichting om alle leeftijdsgroepen aan zich te binden. Dat is in het huidige medialandschap een ‘mission impossible’.’

Veel van de hervormingen die van de landelijke publieke omroep worden gevraagd zijn al realiteit in de organisatie van de regionale publieke omroep. Rutten: ‘In die zin is de regionale publieke omroep in potentie beter geëquipeerd om doelgericht en efficiënt te werken. Tegelijkertijd moet de regionale publieke omroep juist vanwege de bestuursstructuur alerter zijn op interne pluriformiteit.’ De publieke regionale omroepen kennen allemaal een voor de betreffende provincie representatief verklaard bestuur.

In eerdere rapporten, zoals het WRR-rapport Focus op Functies, wordt onderkend dat er meer aandacht nodig is voor de regionale media, maar een duidelijke visie ontbreekt. In het landelijke mediadebat zijn de regionale omroepen onderbelicht. Een prominentere positie zou volgens Rutten meer recht doen aan het journalistieke, culturele en maatschappelijke belang van regionale omroepen.

De regionale gedrukte pers raakt verzwakt en het commerciële media-aanbod is op provinciaal niveau beperkt. Een sterke regionale publieke omroep is noodzakelijk om een onafhankelijke journalistiek en een gespreid cultureel aanbod te waarborgen in de regio. De publieke regionale omroepen zijn hier zeer geschikt voor. Ze verzorgen nieuws, informatie- en cultuurprogramma’s die dicht bij het publiek staan. Verder brengen ze de politiek naar de burger en vice versa.

 Lees hier het rapport De toekomst van de publieke regionale omroep
 Toespraak Jan Kirsten bij ontvangst rapport

Eric Wehrmeijer heeft zojuist het rapport overhandigd aan Medy van der Laan en Jan Kristen. Fotograaf: Jeroen van der Meyden

 


Reacties op het rapport

Weblog Huub Wijfjes 6 april 2006

Weblog Huub Wijfjes 3 mei 2006


De toekomst van de regionale omroep
Weblog Jan Kristen, gedeputeerde cultuur provincie Overijssel en portefeuillehouder cultuur en media van het Interprovinciaal overleg IPO

Aan de vooravond van de reactie van Staatssecretaris Van der Laan op het WRR-rapport over de media heeft ROOS (de koepel van de regionale omroep) een studie laten verrichten over de toekomst van de regionale omroep. Donderdag jl. kregen de staatssecretaris en ik, als vertegenwoordiger van het IPO, een exemplaar overhandigd.

Het was opvallend hoe ook in Den Haag de regiosoap "Van jonge leu en oale grond" was doorgedrongen. Het was een goed moment waarop de regionale omroepen wat van zich lieten horen. In alle tumult over de toekomst van de publieke omroep gaat het te vaak over Hilversum en Den Haag. Het rapport van Paul Rutten laat zien dat de regionale omroep in meer dan één opzicht een voorbeeld is voor de landelijke publieke omroep. De 13 regionale omroepen samen zijn de best beluisterde zenders van Nederland. De regionale publieke televisie bereikt dagelijks een kwart van de Nederlanders. Regionale radio is marktleider. Vanaf 2006 zijn de provincies volledig verantwoordelijk voor de financiering van de regionale omroep. Daarmee steken zij op een geweldige manier hun nek uit. Alleen in geval van belangrijke technische ontwikkelingen zal het rijk de kosten betalen. Het rapport signaleert een aantal interessante zaken. Hoe kan nog beter aangesloten worden bij dat wat er leeft in de regio. Hoe kan de regionale omroep de interne pluriformiteit bewaken en verankering vinden in de samenleving bij jong en oud, bij autochtoon en allochtoon? Het Programma Beleidsbepalend Orgaan (BPO) dient zich te profileren op het programmaprofiel van de omroep. Een ding is duidelijk: de regionale omroep heeft de Nederlandse burger veel te bieden. De regionale omroep is sterk maar tegelijkertijd is er werk aan de winkel. De provincies gaan daarover graag in gesprek met de regionale omroepen en met het rijk en andere betrokken partijen.

 


Pleidooi grotere rol regiozenders
door Ernst Jan Rozendaal
provinciaal Zeeuwse Courant, 7 april 2006

DEN HAAG - De regionale omroep kan sommige taken van de landelijke omroep beter uitvoeren. Omroep Zeeland kan namelijk directer aansluiten bij datgene wat onder de bevolking leeft dan de landelijke publieke omroep. Alleen ontbreekt het geld om die rol helemaal te kunnen waarmaken.

Dat stelt professor P. Rutten in het rapport De toekomst van de regionale publieke omroep, dat is gemaakt in opdracht van Roos, de koepelorganisatie van de publieke regionale omroepen. Staatssecretaris Van der Laan (D66, Cultuur) nam het gisteren in Den Haag in ontvangst.

In het Nederlandse mediadebat gaat het vooral over de landelijke publieke omroep. Voor de rol van de regionale omroepen is nauwelijks aandacht. Ten onrechte, vindt Rutten, omdat hun belang alleen maar toeneemt. Net als de landelijke omroep moet de regionale een platform zijn voor ontmoeting en discussie. "Gezien zijn schaal kan hij specifieker aansluiten bij datgene wat in de regio leeft", aldus het rapport.

Regionale omroepen kunnen sneller veranderingen in de samenleving op het spoor komen en maatschappelijke discussies losmaken. Ze sluiten ook "naadloos" aan bij de trend dat in cultureel, economisch en ruimtelijk beleid steeds vaker de regio als relevante schaal wordt gekozen.

Een op de vier Nederlanders kijkt dagelijks naar de regionale televisie. In Zeeland is dat zelfs een op de drie. Toch is volgens Rutten de positie van de regionale televisie "kwetsbaar". Een probleem is vooral om jongeren en allochtonen te bereiken. Met een dagelijkse programmering van één tot twee uur op televisie en slechts één radiokanaal kunnen zij onmogelijk worden gewonnen.

Het geld voor een verdere ontwikkeling ontbreekt. Omroep Zeeland ontvangt ruim 6,7 miljoen euro per jaar. Dat is het hoogste bedrag per inwoner in Nederland, terwijl alleen Omroep Flevoland jaarlijks minder geld heeft te besteden. Rutten doet de aanbeveling dat regionale omroepen dezelfde toegang krijgen tot media- en cultuurfondsen als landelijke omroepen.

Voor directeur/hoofdredacteur F. Feij van Omroep Zeeland is het rapport van Rutten "geen reden om meteen te zeggen dat Omroep Zeeland extra geld nodig heeft". Hij spreekt van een bespiegelend rapport. "Het is een innovatieve gedachte om het publieke bestel eens vanuit de regio te bekijken." Hij onderschrijft de stelling dat de regionale omroep een grotere rol op zich kan nemen dan alleen de nieuwsvoorziening. "Ook wij kunnen meewerken aan de versterking van de regio. In dit rapport is dat als duidelijke visie neergelegd. Het is nu aan de politiek om te zien wat ermee kan worden gedaan."

 


Grotere rol voor regionale publieke omroep
Novum, radio.nl, 6 april 2006

De regionale publieke omroepen kunnen en moeten een grotere rol gaan spelen in Nederland. De dominantie van de landelijke omroepen moet ter discussie worden gesteld. Taken van de publieke omroep kunnen soms beter en effectiever worden uitgevoerd door regionale omroepen. Dat staat in een studie over de toekomst van de dertien publieke regionale omroepen in Nederland, uitgevoerd door hoogleraar Digitale Mediastudies aan de Universiteit Leiden Paul Rutten.

Volgens de onderzoeker kunnen regionale omroepen directer aansluiten bij "wat onder de bevolking leeft". Regionale publieke omroepen zouden sneller dan landelijke omroepen veranderingen in de samenleving op het spoor kunnen komen en maatschappelijke discussies kunnen losmaken. Ondanks deze goede uitgangspositie signaleert Rutten dat de publieke regionale televisie kwetsbaar is.

Regionale televisie bereikt volgens de studie dagelijks één op de vier Nederlanders, maar de middelen voor verdere ontwikkeling ontbreken. Een ander probleem is dat jongere doelgroepen onvoldoende worden bereikt, terwijl dat een wettelijke taak is van de regionale publieke omroep. Rutten vindt het niet realistisch de regionale omroepen te houden aan de verplichting alle leeftijdsgroepen te bedienen. "Dat is in het huidige medialandschap een "mission impossible"."

Directeur Gerard Schuiteman van de Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (Roos) zegt dat jaarlijks ongeveer 120 miljoen euro wordt besteed aan de dertien regionale publieke omroepen. Ongeveer zeventig procent hiervan is bestemd voor televisie, de rest voor radio en internet. Hij hoopt dat de regionale publieke omroepen extra budget krijgen. "Met relatief weinig extra middelen kan je veel doen. De basis is er, en de faciliteiten ook." Hoewel het aantal kijkers naar regionale publieke televisie de laatste jaren -ondanks de concurrentie- stabiel is, is de rol van regionale tv volgens Schuiteman marginaal. De dertien regionale publieke radiozenders zijn volgens hem al tien jaar marktleider.

De studie is donderdag aangeboden aan staatssecretaris van Cultuur Medy van der Laan (D66) en aan de Overijsselse gedeputeerde Jan Kristen, portefeuillehouder Cultuur en Media van het Interprovinciaal Overleg (IPO). Opdrachtgever is de Stichting Roos, het overleg en samenwerkingsverband van de publieke regionale omroepen. De studie is gefinancierd door het ministerie van Cultuur. De stichting Roos en de regionale omroepen zullen het rapport gebruiken voor de ontwikkeling van hun visie voor de middellange termijn.

De Tweede Kamer heeft in maart vorig jaar een wet aangenomen die regelt dat de provincies sinds 1 januari de volledige verantwoordelijkheid voor de financiering van de regionale publieke omroep dragen. Deze stelselwijziging verplicht de provinciale overheid om voor minimaal één regionale publieke omroep per provincie een "kwalitatief hoogwaardige programmering" mogelijk te maken.

 


Publieke taken naar regionale omroep?
Villamedia, 6 april 2006

Publieke omroeptaken kunnen beter en effectiever worden uitgevoerd door regionale omroepen. Dat staat in een studie over de toekomst van de dertien publieke regionale omroepen in Nederland, uitgevoerd in "opdracht van ROOS. Volgens onderzoeker prof. dr. Paul Rutten kunnen regionale omroepen - gelet op hun schaal - directer aansluiten bij datgene wat onder de bevolking leeft. Daardoor signaleren regionale omroepen sneller veranderingen in de samenleving en kunnen ze maatschappelijke discussies losmaken.

 


Dagbladen krijgen ruimte voor radio en tv
Door ARNOLD MANDEMAKER
Eindhovens dagblad, 7 april 2006

DEN HAAG - Dagbladuitgevers krijgen "binnen een tot anderhalf jaar" de ruimte om zelf met radio of televisie te beginnen. Omgekeerd kunnen omroepbedrijven aan de gang met gedrukt nieuws. Dat zei staatssecretaris Medy van der Laan (D66, Cultuur) gisteren in Den Haag.

De staatssecretaris is "druk bezig met een serieuze verruiming" van het zogenaamde cross-ownerschip. "De beweging zit er volop in", aldus Van der Laan, nadat zij een rapport in ontvangst had genomen over de toekomst van de dertien regionale publieke omroepen. Omroepen die samenwerking zoeken met dagbladen moeten wel hun publieke status afleggen.

De dagbladondernemingen in Nederland staan onder druk, constateerde de Leidse hoogleraar digitale media Paul Rutten, die in opdracht van de Stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (Roos) onderzoek deed naar de toekomst van de regionale omroepen. Vanwege die "verschraling" wordt de taak van de regionale publieke omroepen als bewaker van de democratie belangrijker, aldus Rutten.

Provincies financieren sinds maart vorig jaar de dertien regionale omroepen in plaats van de Rijksoverheid. Die nauwe band dreigt de democratische controle van regionale omroepen op de lokale politiek aan te tasten.
De Overijsselse gedeputeerde Jan Kirsten, die namens de provincies het rapport in ontvangst nam, probeerde die vrees weg te nemen. "De regionale omroepen behoren tot het bestuursdomein van de provincies, maar vormen ook een onderdeel van de regionale maatschappelijke infrastructuur. Wij willen ons niet bemoeien met de inhoud van programma"s."

Toch bleek de lijn tussen bestuurder en financier dun toen Kirsten kwam te spreken over de inhoud van de regionale nieuwsprogramma"s. "We hebben geen behoefte aan nog meer "Harten van Nederland"." Ook bepleitte Kirsten meer instroom van jongeren en "kleurrijke Nederlanders" op de redacties van de regionale omroepen.

Lout Donders, programmaleider van Omroep Brabant en gisteren in Den Haag aanwezig bij de presentatie van het rapport-Rutten, zei dat hij nooit direct aanwijzingen van de provincie Noord-Brabant krijgt over de inhoud van programma"s. Maar indirect is die invloed er wel degelijk, al wordt de boodschap subtiel overgebracht. Donders: "Je hoeft niet altijd iets te zeggen om aan te geven wat je wilt."

 


Regiozenders lonken naar landelijke omroeptaken
ANP/AD 7 april 2006

DEN HAAG - De publieke regionale omroepen, verenigd in de ROOS, vinden dat een aantal taken die nu zijn toebedeeld aan landelijke omroepen soms beter bij hen passen. Dat staat in een studie over de toekomst van de betreffende dertien zendgemachtigden. Staatssecretaris Van der Laan (Media) nam het rapport donderdag in ontvangst. Uit het onderzoek blijkt dat regiozenders, gelet op hun schaal, directer aansluiten bij datgene wat onder de bevolking leeft.

,,Door het schaalvoordeel kunnen regionale omroepen sneller veranderingen in de samenleving op het spoor komen en maatschappelijke discussies losmaken. De regionale omroep sluit ook naadloos aan bij de trend dat in cultureel, economisch en ruimtelijk beleid steeds vaker de regio - en niet de nationale staat - als relevante schaal wordt gekozen"", schrijft onderzoeker P. Rutten, hoogleraar digitale mediastudies aan de Universiteit Leiden.

Multiculturele programma"s
Als voorbeeld bespraken vertegenwoordigers van de regiozenders donderdag in perscentrum Nieuwspoort de huidige programmering van de NPS. De multiculturele programma"s passen volgens de ROOS soms beter bij regio-omroepen omdat de allochtonenproblematiek in bijvoorbeeld Amsterdam anders is dan in Assen.

Van der Laan vond dat een interessante gedachte. ,,Maar het is een "en-en verhaal". Ik vind dat niet alle landelijke omroeptaken naar de regio kunnen, maar een aantal misschien wel. Het is interessant om die mogelijkheid te verkennen, maar programmamakers moeten zelf met ideeën komen op dat gebied en dan ga ik vervolgens kijken of het mogelijk is", zei de D66-politica.

Ze voelt het meest voor samenwerking op het gebied van dramaproducties. Twee regiozenders zouden volgens haar bijvoorbeeld best samen een soap kunnen maken.

 


Nu en noodzaak van regionale omroepen opnieuw voor het voetlicht
Door Marc Notebomer
Spreekbuis 14 april 2006

"De toekomst van de regionale omroep"
In het medialandschap van de toekomst dient een belangrijke rol te worden weggelegd voor de regio. Sommige Publieke Omroep-taken kunnen beter worden uitgevoerd door de regionale omroepen dan door de landelijke. Dat zijn twee de meest in het oog lopende conclusies uit het rapport De toekomst van de Regionale Publieke Omroep, dat hoogleraar Digitale Mediastudies Paul Rutten heeft geschreven in opdracht van ROOS. Donderdag 6 april werd het rapport aangeboden aan staatssecretaris Van der Laan.

Voor zijn studie heeft Rutten alle kwesties en ontwikkelingen op mediagebied bestudeerd en "toegespitst" op de regionale omroep. Dat was nodig, aldus de hoogleraar, omdat elke discussie over de Publieke Omroep wordt gedomineerd door de landelijke omroepen en de regionalen niet of nauwelijks aan bod komen. Met De toekomst van de Regionale Omroep willen Rutten en ROOS het nut en de noodzaak van de regionale omroep opnieuw voor het voetlicht brengen. Rutten: "Wellicht is het in deze tijden beter als je niet al teveel in het zicht zit, maar als je te lang uit beeld blijft, is het ook niet goed." De weg waarop de regionale omroepen zich momenteel bevinden, loopt volgens Rutten dood. Wat televisie betreft zit men tussen laken en servet. De meeste omroepen maken slechts twee uurtjes tv per dag. Voor meer uren zijn er gewoonweg geen middelen beschikbaar. TV is een vechtmarkt. Maar door een gebrek aan geld kunnen de regionalen de concurrentie maar nauwelijks aan." Een tweede probleem is dat vooral ouderen naar de regionale omroep kijken en luisteren. "Bij radio is meer dan tachtig procent ouder dan vijftig jaar, bij televisie is dat percentage zestig. De regionale omroepen beschikken over te weinig zenders en kanalen om te segmenteren, waardoor ze geen ruimte hebben voor speciale jongerenprogramma"s."

Kerntaak
De regionale omroepen zouden meer middelen van de overheid moeten krijgen, vindt Rutten, om aan bovenstaande problemen iets te doen. Vooral omdat in het medialandschap van de toekomst een steeds grotere rol voor hen lijkt weggelegd. Rutten: "Wat is de kerntaak van de Publieke Omroep? Het bevorderen van sociale samenhang. Waar ontstaat die het beste? Dicht bij de gemeenschap. Dat de regionale omroepen dicht aansluiten bij de belevingswereld van de kijkers en luisteraars is dus een pré. Dat is beter dan het vanuit een landelijk perspectief te bekijken." Het regionale medialandschap is sterk aan erosie onderhevig", vervolgt Rutten. "De positie van andere media, zoals de regionale dagbladen, kalft af. Tegelijkertijd wordt zowel op Europees als nationaal niveau de regio steeds vaker als relevante eenheid gekozen. Dit betekent een grotere rol voor de regionale Publieke Omroep. Niet alleen waar het gaat om onafhankelijk journalistiek, maar ook in de productie van kunst, cultuur en amusement." Voor zover financieel mogelijk doen de regionale omroepen volgens Rutten al wat ze kunnen. "Neem bijvoorbeeld de ontwikkeling van regiodrama als Dankert & Dankert van Omrop Fryslân of Van Jonge Leu en Oale Groond van RTV Oost. Deze series zijn zo populair dat zelfs landelijke omroepen overwegen ze uit te zenden. Op nationaal niveau gebeurt er in dat opzicht weinig, "omdat het te duur is." Regionale omroepen zijn in Ruttens ogen in een aantal gevallen beter toegerust om publieke taken uit te voeren dan de landelijke. "Als je de wensen van Den Haag - zoals schaalverkleining en kostenreductie - legt naast het regionale organisatiemodel, kom je tot de conclusie dat die twee maar centimeters van elkaar verwijderd zijn. Gemiddeld werken er bij een omroep honderd man. Die maken samen 24 uur radio en 2 uur tv per dag. In de meeste gevallen is er sprake van een centrale leiding. En van verzuiling heeft men in de regio niet gehoord." Door de invoering van Camjo-journalistiek, kunnen regionale journalisten veel dichterbij hun onderwerp komen dan de landelijke cameraploegen. Rutten: "Met andere woorden, de basis-set up is aanwezig. Als je daar gebruik van maakt, kan al het geld naar de programma"s."

Versterking
Rutten eindigt zijn studie met een aantal aanbevelingen aan de regionale omroepen. Zo zou internet een belangrijke rol kunnen spelen bij de versterking van hun positie in de regio. "Door crossmedialer en - op internet - doelgroepgerichter te werken, kunnen ze bijvoorbeeld jongeren beter bereiken. Daar liggen kansen, vooral ook vanwege de regionale component." Verder dient de regionale omroep aandacht te besteden aan de wijze waarop zijn "inhoudelijke verbindingen met de samenleving" verbeterd kunnen worden. Volgens Rutten vooral ook belangrijk als tegenwicht voor de financiële "verbinding" die sinds een paar jaren met de provincie bestaat. In aanvulling op het Programma Beleidsbepalend Orgaan, dat de formele inbreng van de regio garandeert, zouden regionale omroepen regelmatig met "de samenleving" in gesprek moeten gaan. Rutten: "Afspraken die vervolgens worden gemaakt, zouden moeten worden vastgelegd in een "Belofte aan de regio", een document dat specificeert welke programma"s worden gemaakt, welke publieksgroepen worden bereikt en op welke de omroep bijdraagt aan de regionale samenleving, cultuur en politiek." Een visitatiecommissie van burgers, onafhankelijk van de omroep en overheid, zou moeten controleren of de gemaakte "beloftes" zijn waargemaakt."

 

mobiele versie