Evaluatie 2009-2011

Evaluatie financiering regionale omroep 2009-2011

Minister Van Bijsterveldt heeft de evaluatie van de financiering regionale publieke media-instellingen 2009-2011 naar de Tweede Kamer gestuurd. De evaluatie is door het Commissariaat voor de Media uitgevoerd. De evaluatie is een gevolg van de Mediawet 2008 waarin staat dat de Minister iedere drie jaar de financiering van de regionale omroep dient te evalueren.

Evaluatie
Het Commissariaat concludeert kort gezegd dat de financieringsstructuur transparanter en eenvoudiger is geworden en dat provincies in de periode 2009-2011 aan hun zorgplicht hebben voldaan.

Voor deze conclusie heeft het Commissariaat vastgesteld dat de continuïteit van de financiering van de regionale omroep is gewaarborgd omdat elke provincie gedurende de evaluatieperiode tenminste één regionale omroep heeft gefinancierd. Het Commissariaat heeft ook vastgesteld dat provincies het omroepen mogelijk hebben gemaakt het activiteitenniveau 2004 kwantitatief en kwalitatief te handhaven door de overeengekomen indexering toe te passen op het structurele subsidieniveau. Ook is volgens het Commissariaat voor de Media het begrip Kwalitatief Hoogwaardige Programmering nog steeds niet meetbaar gemaakt en is de onafhankelijkheid van de regionale omroep voldoende gewaarborgd.

Het Commissariaat merkt wel op in 2011 een discussie tussen provincies en omroepen is ontstaan over het wetsartikel met betrekking tot de financiering waardoor vanaf 2011 de financiering minder transparant en eenvoudiger is gebleken.

Reactie ROOS
ROOS onderschrijft grotendeels de conclusies van het Commissariaat.

Waar het de zorgplicht van provincies betreft moeten provincies volgens ROOS tegelijkertijd blijven voldoen aan de twee eisen die de wet stelt. Allereerst geldt dat de bekostiging door de provincie ertoe moet leiden dat een kwalitatief hoogwaardig media-aanbod mogelijk is en als tweede moet het in 2004 bestaande niveau van activiteiten gehandhaafd blijven door jaarlijks de verstrekte financiering te blijven indexeren.

In tegenstelling tot het Commissariaat vindt ROOS wel dat het begrip Kwalitatief Hoogwaardige Programmering nader is uitgewerkt. Echter doordat de benodigde extra financiering door het Rijk of provincies nooit is verstrekt is van een kwalitatief hoogwaardige programmering bij de regionale omroep geen sprake.

Ook nuanceert ROOS de opmerking van het Commissariaat dat de onafhankelijkheid van de regionale omroep voldoende gewaarborgd is. Helaas zijn er in de evaluatieperiode, ten gevolge van de wens van provincies meer beleidsruimte te hebben, enkele voorbeelden te noemen waar die onafhankelijkheid de grenzen van het toelaatbare heeft genaderd. ROOS meent dat de onafhankelijkheid bij een regionale omroep al gauw onder druk komt te staan als omroepen en provincies afspraken moeten maken over wat het niveau 2004 nu precies inhoudt. ROOS wijst erop dat er voldoende duidelijkheid en transparantie bestaat over de inzet van publieke middelen bij de regionale omroep door alle afspraken die al met provincies zijn gemaakt.

 Rapport evaluatie financiering regionale omroep 2009-2011
mobiele versie