jaarverslag 2007

Uit het jaarverslag 2007 van ROOS blijkt dat er afgelopen jaar weer veel ontwikkelingen zijn geweest in het collectief van de dertien publieke regionale omroepen in Nederland. Er is niet alleen overlegd over wat ons bindt en wat ons scheidt. Er zijn in de gezamenlijkheid ook veel concrete stappen gezet die hebben bijgedragen aan versterking van de positie van de regionale omroep in het medialandschap. Dat kon allemaal plaatsvinden in een periode van financiële rust die is ontstaan nadat vanaf 2006 de middelen die nog via OCW aan de regionale omroep toekwamen via provincies werden verstrekt en op een fatsoenlijke manier jaarlijks werden geïndexeerd. Deze indexering, een verplichting die provincies op zich namen om het niveau 2004 in stand te kunnen houden, maakt het dat sinds 2005 bezuinigingen bij de regionale omroep niet meer orde van de dag zijn. Omroepen konden zich weer geheel toeleggen op hun taakstelling die zo mooi gedefinieerd is in de Mediawet.

Althans dat laatste was de opzet van de gesprekken in het jaar 2004, kort nadat de eerste poging van een algehele provinciale financiering van een urennorm op een mislukking in de Tweede Kamer was uitgelopen. De tweede poging, een vooraf gedefinieerde zorgplicht van een kwantitatief en kwalitatief niveau, werd met instemming van alle betrokkenen begin 2005 door het Parlement aangenomen. In 2004 en 2005 kon niemand echter bevroeden dat het medialandschap en het mediagebruik vanaf 2006 snel aan verandering onderhevig zou zijn. De traditionele activiteiten die in het jaar 2004 door omroepen werden uitgevoerd konden niet langer goed en volledig voorzien in de behoefte die het nieuwe mediagebruik met zich meebracht. Investeringen in nieuwe media zijn bij de regionale omroep niet mogelijk zonder dat dit direct ten koste gaat van de traditionele activiteiten op radio en televisie. Het noodzakelijke extra geld voor investeringen in nieuwe media ging aan de neus van de regionale omroep voorbij toen het Kabinet in 2007 besliste dat het geheel van € 50 miljoen aan extra middelen voor de publieke omroep alleen aan de landelijke omroep zou toekomen.

Evenwel kan de regionale omroep rekenen op een grote schare kijkers en luisteraars. Deze kijkers en luisteraars stemmen op de regionale omroep af omdat ze informatie willen hebben over de regio waar ze leven, werken, verblijven of anderszins aan verbonden zijn. Maar die informatie moet dan wel toegankelijk voor ze blijven. Daar ligt een van de grootste uitdagingen die de regionale omroep het hoofd moet bieden: aanwezig en zichtbaar blijven tussen het enorme aanbod van nieuwe, vaak specifieke, maar niet regionale media. Voor die uitdaging moet niet alleen de regionale omroep zich tot het uiterste inspannen. Ook de Haagse en provinciale politiek moeten elkaar hiervoor de handen toesteken en zich er van bewust zijn dat alleen dan de regionale omroep van voldoende betekenis kan zijn voor de meer dan 16 miljoen regionale burgers die Nederland rijk is. 

 

 Jaarverslag 2007
mobiele versie