Beleidsplan 2014-2017

 
Als gevolg van het in oktober 2012 gepresenteerde Regeerakkoord van het Kabinet Rutte-Asscher en naar aanleiding van de eerste mediabrief die Staatssecretaris Dekker begin december 2012 aan de Tweede Kamer stuurde werd 2013 het jaar waarin veel debat over de publieke omroep plaats vond. De wijziging van de Mediawet, die de extra korting op de publieke omroep en de rijksfinanciering van de regionale omroep regelt, werd net voor de zomer bij de Tweede Kamer ingediend. De behandeling ervan werd echter met een derde termijn verlengd ten gevolge van het zogenaamde begrotingsakkoord dat het Kabinet voor 2014 sloot met D66, CU en SGP. Een aangepast wetsvoorstel kon daardoor op brede steun van zowel de Tweede als de Eerste Kamer rekenen.
 
De Raad voor Cultuur startte in opdracht van de staatsecretaris een verkenning naar de vraag op welke wijze de publieke omroep zijn maatschappelijke functie in de toekomst het beste kan vervullen. Eind januari 2014 zal de Raad met zijn adviezen hierover komen. De regionale omroepen anticipeerden op de plannen van het Kabinet Rutte-Asscher door een gezamenlijke visie te geven op de invulling van de taak en de werking van de publieke regionale omroepen in de toekomst. Deze visie, het Toekomstvenster op de Publieke Regionale Omroep, bevat de voornemens van de regionale omroepen hoe de toekomstige uitdagingen het hoofd te bieden. Het Toekomstvenster werd in het voorjaar van 2013 ook aan de staatssecretaris van OCW aangeboden om een bijdrage te leveren aan de door het Kabinet ingezette voornemens.

De onduidelijkheden die er begin 2013 nog waren over het beleid en de financiering van de regionale omroep zijn eind 2013 grotendeels weggenomen. Per 2014 wordt de regionale omroep door het Rijk en via het Commissariaat voor de Media bekostigd. Het voornemen is vervolgens om het budget van de regionale omroep vanaf 2017 met een efficiencytaakstelling van € 17 miljoen te korten. Hoe de samenwerking met de landelijke publieke omroep vorm gegeven wordt is nog niet duidelijk geworden. De gedachten van de NPO en ROOS daarover lagen in het najaar 2013 erg ver uiteen. In 2014 zal hier nadere duidelijkheid over moeten komen.

Voor een samenwerking met de landelijke omroep heeft ROOS in het Toekomstvenster al een aantal duidelijke uitgangspunten geformuleerd. Kort gezegd is het meest belangrijke uitgangspunt dat de legitimatie en uitvoering van de regionale mediaopdracht volledig bij het collectief van de regionale omroep blijft liggen. Daar lijkt ook geen discussie over want het Kabinet en Kamer vinden het van belang dat de regionale identiteit en het onafhankelijk functioneren van de regionale omroep gewaarborgd blijft. Vanuit dat uitgangspunt stelt de regionale omroep het journalistiek, inhoudelijke aspect voorop en dan is de NOS, maar als mogelijk ook een actualiteitenprogramma als EenVandaag, een belangrijke landelijke samenwerkingspartner.

2014 zal voor de regionale omroep (wederom) een belangrijk jaar worden. Allereerst moet vorm worden gegeven aan de hernieuwde financieringsrelatie die de regionale omroep met de landelijke overheid aangaat terwijl de regionale omroep de niet-landelijke schaal als zijn werkterrein houdt. Daarnaast moet met de overheid besproken worden hoe de bestuurlijke inbedding van  de regionale omroep binnen de mediabegroting vanaf 2017 definitief plaatsvindt omdat de regionale omroep de jaren daarnaartoe nodig heeft om zich voor te bereiden op deze weer nieuwe, financieel neerwaarts bijgestelde toekomst.
 

 Beleidsprioriteiten 2013-2017
mobiele versie