Beleidsplan 2012-2016

Nadat in december 2010 Minister Van Bijsterveldt van OCW de Kamer kort een aantal hoofdlijnen van het nieuwe Mediabeleid had geschetst stond het jaar 2011 vooral in het teken van de inhoudelijke uitwerking van het Regeerakkoord. In de brief aan de Tweede Kamer medio 2011 schrijft de Minister dat de in het Regeerakkoord voorgenomen vergaande samenwerking tussen de landelijke en de regionale omroep inhoudelijk grote voordelen en een uitgelezen kans op een efficiëntere inrichting van het publieke mediabestel in Nederland biedt. De Kamer ondersteunt dat betoog maar vraagt ten aanzien van de regionale omroep wel een aantal waarborgen. De identiteit en functie van de regionale omroep moet hoe dan ook overeind blijven in een nieuw omroepbestel. De radiozenders van de regionale omroep doen het prima en blijven buiten de discussie. Voor televisie stuurt de Kamer aan op een nauwe samenwerking met de landelijke omroep op een van de landelijke netten. Tegelijkertijd ontvouwt de Minister haar plannen voor de landelijke omroep: met substantieel minder geld kan de kwaliteit van de landelijke omroep overeind blijven via de drie algemene televisiezenders en de vijf algemene radiokanalen. De vraag van de Minister aan ROOS en NPO is vervolgens om binnen de geschetste contouren voor het einde van 2011 een model tot samenwerking aan te bieden.

Dat leidde tot intensieve interne, en met NPO en NOS externe gesprekken in de tweede helft van 2011, waarin door ROOS, in lijn met de door de Minister verwachte voordelen, twee vragen voorop zijn gesteld. Welke journalistiek programmatische inhoudelijke voordelen worden behaald bij een samenwerking en hoe ziet zo’n samenwerking er op televisie meer concreet uit? Antwoorden op die vragen zijn wat ROOS betreft bepalend voor de wijze waarop bestuurlijk en organisatorisch de samenwerking wordt aangegaan. Van geheel opgaan in landelijke structuren is wat ROOS betreft geen sprake: dat vereenzelvigt zich niet met de specifieke regionale taakopdracht, identiteit, legitimatie en herkomst van de dertien regionale omroepen. In januari 2012 willen NPO en ROOS het gevraagde model aan de Minister aanbieden zodat in 2012 specifieke uitwerking kan plaatsvinden.

De Minister van OCW gaf in de mediabrief van juni 2011 aan met het Interprovinciaal Overleg (IPO) in overleg te zullen treden over hoe een nieuwe verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en provincies kan bijdragen aan een - ook bestuurlijk - eenvoudiger inrichting van het publieke bestel in Nederland. In dit overleg moet ook de merkwaardige situatie die zich nu voordoet dat een groot aantal provincies tot bezuinigingen bij de regionale omroepen overgaat besproken worden. De vraag van provincies van medio 2011 om beleids- en financieringsruimte is met de mediabrief goeddeels beantwoord, en van provincies mag derhalve verwacht worden dat daar dan ook naar gehandeld zal worden, te meer omdat de Minister van OCW heeft aangegeven dat de (uitgangspunten van de) financieringsverantwoordelijkheden van provincies ongewijzigd zijn.

Het jaar 2012 zal net als 2011 een jaar worden dat heel bepalend zal zijn voor de toekomst van de regionale omroep. Een toekomst waarin, door wetten gewaarborgd, de onafhankelijk opererende regionale omroep blijft zorgdragen voor een kwalitatief  hoogwaardig media-aanbod voor alle burgers in zijn verzorgingsgebied.

 Beleidsprioriteiten 2012-2016
mobiele versie