startsatellietpagina

Omschakeling televisiezenders - start satellietuitzendingen

Op 10 november 2006 startten nog negen regionale omroepen hun uitzendingen via de satelliet: Omrop Fryslân, RTV Noord, RTV Drenthe, RTV Oost, Omroep Gelderland, RTV Noord-Holland, RTV Rijnmond, Omroep Zeeland en Omroep Brabant. De Limburgse zender L1 zond al via de satelliet uit vanaf 1 juli 2005.

 

De lancering van de regionale zenders via de satelliet gebeurde op vrijdag 10 november tijdens een feestelijke bijeenkomst in de studio van RTV Noord-Holland door Minister Van der Hoeven van OCW. De bewindsvrouwe nam ook deel aan een mini-symposium over de rol van de regionale omroepen in een veranderend medialandschap, waaraan ook professor Rutten, Rijnmond-directeur Wehrmeijer en IPO directeur Beukema aan meededen.


 

 Ruimte voor de regionale omroep

 

 

De druk op de rode knop door Maria van der Hoeven

Het werkt: 10 regionale omroepen via de satelliet

De kaart van Nederland voor de countdown van 10 naar 1

Eric Post en Margreet Reijntjes in gesprek met ..

.. Maria van der Hoeven

 

 

 

 

Achtergrond

De programma"s van de regionale publieke omroepen moeten bekeken kunnen worden door alle huishoudens. De Mediawet legt daar de basis voor. In de praktijk echter mankeerde daar nogal wat aan.

 

Niet zo lang geleden -10 jaar- was het eenvoudig. Huishoudens hadden kabel of een een antenne op het dak. Met de komst van nieuwe zenders, waar onder vanaf mid jaren negentig ook regionale publieke omroepen, was er meer distributiecapaciteit nodig. Er waren uiteindelijk slechts etherfrequenties voor acht regionale publieke omroepen en voor alle andere zenders waren er in de ether geen mogelijkheden. De benodigde capaciteit werd gevonden op de satelliet en de kabel. Ontvangst via de antenne liep in snel tempo terug.

 

Door die ontwikkeling ontstond er een probleem voor de regionale omroepen. Antennes gingen van de daken af en het bleek dat steeds minder huishoudens de regionale omroepen ontvingen. Alléén voor de regionale omroep was een antenne nodig als huishoudens, met name in het buitengebied, voor ontvangst via de satelliet kozen. Ook waren vijf van de dertien regionale omroepen helemaal niet via de antenne te ontvangen zodat de buitengebieden van deze omroepen helemaal ontstoken waren van ontvangst van de regionale omroep.

 

Dit probleem werd door ROOS in 2000 al aangekaart bij het Ministerie van OCW. Maar gesprekken hierover leidden tot niets. Het was op dat moment ook niet de meest belangrijke kwestie voor de regionale omroepen want er waren heel andere, meer urgente, problemen. Regionale omroepen hadden het financieel moeilijk en overal moest fors bezuinigd worden.

 

Toen in 2003 de afschakeling van de analoge etherzenders werd aangekondigd vreesde ROOS dat nog meer kijkers zouden afhaken en is de discussie over de toegankelijkheid tot de programma’s van de regionale publieke omroepen opnieuw gestart. Die discussie duurde bijna twee jaar. Kabinet, Kamer, publieke omroepen en later KPN spraken lang over de voorwaarden waaronder de analoge zenders afgeschakeld konden worden. Er was zeker sympathie voor de gedachte om de regionale omroepen via de satelliet uit te zenden maar niemand wenste daar de financiële middelen voor op tafel te leggen. De oplossing dat digitale ether voor de buitengebieden goed genoeg was voor de regionale omroepen stemde ROOS niet gerust. Er was scepsis over de ontvangst en betaalbaarheid van de digitale ether. Daarbij hadden veel huishoudens al een schotelinstallatie en de kijkers van de regionale omroepen vroegen bij de aankondigingen van de afschakeling massaal naar uitzending via de satelliet.

 

De val van het Kabinet Balkenende II bracht oplossingen, zo bleek tenminste, toen Staatssecretaris van der Laan en Minister Brinkhorst werden opgevold door respectievelijk Minister Maria van der Hoeven en Minister Joop Wijn. Afspraken in de zomer 2006 tussen de Ministeries van OCW en EZ, de provincies, regionale omroepen en KPN, maakten het dat satellietuitzendingen voor de regionale publieke omroepen binnen handbereik kwamen. Van de uitzendingen via de digitale ether werd afgesproken dat dit gratis te ontvangen zou zijn en werden verregaande garanties over de kwaliteit gegeven. Mede daardoor kunnen de regionale omroepen op 11 december 2006 met een geruster hart dan ooit hun uitzendingen stoppen via de analoge televisiezenders.

 

De huidige analoge frequenties zullen gebruikt worden voor digitale uitzendingen via de ether. Verwacht wordt dat de digitale ether samen met de kabel, de satelliet en het opkomende IP-TV gaan strijden om de gunst van de kijker. Via alle infrastructuren zijn de regionale omroepen binnenkort te ontvangen.

 

Hoewel de programma’s van de regionale omroep specifiek bedoeld zijn voor zijn eigen regio levert de ontvangst van de regionale omroepen in heel Nederland bij aan de versterking van de publieke functie van de regionale omroepen. Het onderscheidende karakter van de programmering van de regionale omroepen maakt deze niet alleen waardevol voor de kijkers in de eigen regio maar voor álle Nederlanders, bijvoorbeeld voor de Groninger in Zeeland en de Gelderlander in Noord-Holland.

mobiele versie